Terug naar alle artikelen

Een nieuw verhaal voor onderwijs: In gesprek met onderwijsmaker Vigdis van der Giesen

In onze rubriek 'Een nieuw verhaal voor onderwijs' gaan we in gesprek met onderwijsmakers en we vragen hen: wat betekent een nieuw verhaal voor onderwijs voor jou? Deze keer: onderwijsmaker Vigdis van der Giesen, nieuwe voorzitter van het college van bestuur van Stichting SPON. “Kijk verder dan het onderwijs alleen”
Een nieuw verhaal voor onderwijs: In gesprek met onderwijsmaker Vigdis van der Giesen

Wat zijn jouw belangrijkste bevindingen na jouw eerste 100 dagen in deze organisatie?

SPON verzorgt passend onderwijs voor leerlingen van 4 tot en met 20 jaar in de regio Drechtsteden en Gorinchem. In mijn eerste periode viel me vooral de enorme bevlogenheid op. Er is veel betrokkenheid bij de leerlingen en de missie ‘voor ieder kind een plek in de maatschappij’ wordt echt geleefd binnen de organisatie. Dat zie je niet alleen terug in beleid, maar juist in het dagelijks handelen van mensen.

Tegelijkertijd zie ik op het bedrijfsmatige vlak nog mooie kansen voor groei en verbetering. Soms gaat er bijvoorbeeld veel tijd zitten in besluitvorming over relatief kleine zaken, terwijl efficiëntie en werkdruk tegelijkertijd belangrijke thema’s zijn. Dat vraagt om een andere manier van kijken en prioriteren.

Wat mij daarnaast sterk opvalt, vanuit mijn achtergrond in de voorschoolse educatie en kinderopvang, is hoe beperkt de opvang voor kinderen in het gespecialiseerd onderwijs geregeld is. We zeggen dat kinderopvang voor iedereen is, maar in de praktijk geldt dat niet voor deze groep. Juist daar ligt een belangrijke opgave.

Vigdis van der Giesen
Ik wil op de barricade staan voor groepen voor wie het niet vanzelfsprekend goed geregeld is
Vigdis van der Giesen
Vigdis van der Giesen
Vigdis van der Giesen

Wat betekent een ‘nieuw verhaal voor onderwijs’ voor jou en waarom vind jij het belangrijk hieraan mee te werken?

Voor mij betekent een nieuw verhaal voor onderwijs dat we het onderwijs niet langer als een op zichzelf staand systeem zien, maar als onderdeel van een groter geheel rondom het kind. Onderwijs, opvang, vrije tijd en ontwikkeling zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en zouden ook zo georganiseerd moeten worden.

We zien dat maatschappelijke vraagstukken zoals prestatiedruk en polarisatie steeds meer het onderwijs binnenkomen. Dat vraagt om samenwerking over domeinen heen. Alleen door die verbinding te leggen, kunnen we kinderen echt goed ondersteunen in hun ontwikkeling.

Mijn motivatie om hieraan te werken komt voort uit een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ik wil op de barricade staan voor groepen voor wie het niet vanzelfsprekend goed geregeld is. In Nederland organiseren we veel goed voor de grote groep, maar juist de kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, vallen nog te vaak buiten de boot. Ik vind dat ieder kind gelijke kansen verdient en dat we ons daar gezamenlijk hard voor moeten maken.

Welke ervaring, gebeurtenis of realisatie heeft jouw kijk op onderwijs veranderd?

Mijn eigen schooltijd heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Ik heb onderwijs gevolgd waarin minder nadruk lag op vroege selectie. In de klas zag je duidelijk verschillen: de één was ergens goed in, de ander in iets anders. Dat maakte zichtbaar dat ontwikkeling niet lineair is en dat iedereen zijn eigen tempo en talenten heeft.

Wat mij vooral is bijgebleven, is dat we buiten de lessen om gewoon samen waren. In de pauze was er geen onderscheid, we waren gewoon mensen. Die ervaring heeft mij geleerd dat verschillen er mogen zijn en dat je juist van elkaar leert.

Later, in mijn werk in de kinderopvang, werd mijn blik verder aangescherpt. Daar zag ik hoe ongelijk kansen verdeeld kunnen zijn, afhankelijk van de situatie van ouders. Dat raakte mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Die lijn zie ik nu terug in het onderwijs, bijvoorbeeld in hoe kinderen uit het gespecialiseerd onderwijs soms extra drempels moeten overwinnen bij de doorstroom. Dat heeft mijn overtuiging versterkt dat we het systeem inclusiever moeten inrichten.

Wat zou je vandaag veranderen in het onderwijs als in een ideale wereld alles mogelijk was?

In een ideale wereld zou ik de toets- en volgcultuur terugbrengen tot de kern. Het is belangrijk om de ontwikkeling te volgen, maar we zijn daarin te ver doorgeschoten. Kinderen worden tot in detail gemonitord, wat onnodig veel druk oplevert voor leerlingen, ouders en professionals.

Ik geloof dat we meer ruimte mogen geven aan vertrouwen en aan het eigenaarschap van leerlingen. Het hoeft niet zo te zijn dat alles direct inzichtelijk en meetbaar is voor iedereen. Soms is het juist waardevol als een kind zelf vertelt hoe het gaat.

Daarnaast zou ik het onderwijs anders organiseren in tijd en structuur. De huidige indeling van schooldagen en -jaren sluit niet altijd aan bij hoe kinderen leren en hoe de samenleving functioneert. Er ligt een kans om onderwijs, opvang en ontwikkeling veel flexibeler en meer geïntegreerd vorm te geven.

Welke stappen zet jij zelf om dichterbij dit ideaal te komen?

Ik begin met het stellen van vragen en het onderzoeken van de ruimte die er al is. Wat moet daadwerkelijk vanuit wet- en regelgeving, en wat doen we omdat we denken dat het moet? Door dat scherp te krijgen, ontstaat vaak al meer bewegingsruimte.

Daarnaast probeer ik actief het gesprek te voeren, zowel binnen de organisatie als daarbuiten. Door thema’s te agenderen en verbinding te zoeken met andere partijen, werk ik aan bewustwording en gezamenlijke richting.

Ook wil ik mijn rol steeds meer benutten om bruggen te slaan tussen verschillende domeinen. Juist door samen te werken en over grenzen heen te kijken, kunnen we stappen zetten richting een breder en inclusiever onderwijssysteem.

Welke oproep wil je aan lezers meegeven?

Kijk verder dan het onderwijs alleen. We zijn geneigd om binnen onze eigen kaders te blijven denken, terwijl de vraagstukken waar we voor staan juist vragen om een bredere blik.

Durf bestaande patronen ter discussie te stellen en zoek de samenwerking op met andere domeinen en professionals. We hebben meer perspectieven nodig om het onderwijs toekomstbestendig te maken. Als we echt het verschil willen maken voor kinderen, moeten we bereid zijn om anders te kijken, anders te organiseren en vooral: samen te werken.

deco-img
Geschreven door
Alain Teulings

Vanuit mijn rol als veranderaar en ontwerper in onderwijs en organisatieontwikkeling werk ik met passie aan het creëren van samenwerkingsverbanden die tot duurzame verandering leiden.

Buro Hebe-069