De zonnige dagen in de prille lente geven nieuw elan en nieuw perspectief. Zeker voor de bomen, stuiken en planten om mij heen. Overal waar ik kijk zie ik gekleurde bloesem, jong groen blad en nieuwe stengels die haast overnacht de grond uitgeschoten lijken te zijn.
Ik probeer vanuit deze perspectiefvolle geestelijke staat ‘de Staat van het Onderwijs 2025’ te lezen. Een document dat bestaat uit observaties (onderzoeken, kengetallen), interpretaties (verbindingen aan een meetbare praktijk) en oordelen (hoe staat het Nederlandse onderwijs er begin 2025 voor).
Ik kan het niet helpen, maar het rapport leest als een winters stuk.
Ik probeer te lezen vanuit het perspectief van de bestuurder, de schoolleider en de leraar. Deze week genieten zij van hun meivakantie en laten zich op hun beurt ongetwijfeld door de warmte van de zon opladen voor de periode tot aan de zomervakantie. Een periode die ingeleid wordt door de publicatie van het rapport.
De kwaliteitszorg in het Nederlandse onderwijs heeft aandacht nodig.
De verantwoording en het zicht op de kwaliteit is nog niet op het gewenste niveau. Differentiatie in de klas mag nog wel een tandje effectiever. De ‘klas’. De klas die bestaat uit leerlingen die niet altijd gelijke kansen krijgen. Leerlingen die in de lijn van PO naar VO naar MBO/HBO een neergaande lijn laten zien op het vlak van welzijn en prestatiedruk. Levend in een digitale samenleving, 24/7 “aan” (overstroomd met informatie uit een variëteit aan applicaties en daaraan verbonden sociale omgeving).
De straatcultuur komt (met name in de grote steden) de klas in. Inclusiviteit en ‘onderwijs nabij’ is een belangrijk doel. Leerlingen met een diversiteit aan uitdagingen en problemen bevolken de (te grote) klassen. Volgens de PISA-rankings bungelt Nederland in de onderste regionen waar het leermotivatie, concentratie, inzet en gedrag betreft. De weerbaarheid van jonge mensen in een onrustige instabiele wereld is een vraagstuk.
40% van de schoolleiders geeft aan dat ‘gebrek aan respect voor leraren’ een constante belemmerende factor voor goed onderwijs vormt.
Het tekort aan (gekwalificeerde) leraren groeit, zonder perspectief op korte termijn verbetering. De kennis en vaardigheden op het vlak van digitale weerbaarheid is beperkt. De verantwoording moet beter. Zicht hebben op de werkelijkheid is hiervoor voorwaardelijk; qua zicht op hun docentenpopulatie en leraren in hun klassen.
‘De staat van het Onderwijs 2025’ observeert dat burgerschapsonderwijs en basisvaardigheden nog niet voldoende geïmplementeerd zijn; ongeveer de helft van de scholen krijgt een verbeteropdracht op het domein ‘burgerschap’. Voor Nederlands en rekenen is dat respectievelijk een derde en een vierde.
Scholen worden geacht om zowel homogene als heterogene brugklassen aan te bieden, om elke leerling op het juiste moment en op de juiste wijze op het juiste niveau te brengen. Digitale geletterdheid is een thema dat verhoogde aandacht moet krijgen.
Een metafoor van ‘de 12 werken van Herakles’ komt in mijn gedachten op. Zou dit klassieke epos herschreven kunnen worden met ‘de leraar’, ‘de schoolleider’, ‘de bestuurder’ als protagonist? 12 werken. Geen stal van Augias, geen Hydra of Nemeïsche leeuw, maar taalvaardigheid, burgerschap, digitale geletterdheid, inclusiviteit, gelijke kansen… Ik kom zomaar tot 12.
Op pagina 118 kom ik uiteindelijk een zin tegen die “beklijft”; “Ook geven leraren aan dat het hen stimuleert om zich te ontwikkelen als ze zich door de schoolleider gesteund, gezien en gewaardeerd voelen.” Is dit niet het essentiële antwoord op 150 pagina’s reflectie op de staat van ons onderwijs? En dan bedoel ik niet letterlijk deze zin, maar geëxtrapoleerd naar het geheel.
Het gaat steeds over mensenwerk.
Werk waarbij de interactie tussen mensen steeds centraal staat. De interactie tussen bestuur en inspectie, bestuur en schoolleiding, schoolleiding en leraren, leraren en leerlingen. Leraren zijn tevreden over salaris, arbeidsvoorwaarden en de betekenis van hun werk. 65% (PO) en 59% van de leraren vindt dat ze vaak (te) veel werk moeten doen. PO- en VO-leraren vinden hun werk emotioneel veeleisend. 70% ervaart (inefficiënte) administratieve last, waarbij beperkt sprake is van professionele zeggenschap. De goede begeleiding van starters is voorwaardelijk om hen te behouden voor het onderwijs.
Ook voor leraren geldt dat zij leven in een instabiele wereld, waarin weerbaarheid in een onrustige samenleving een essentieel thema is.
Uiteindelijk willen we allemaal gezien worden. Gesteund worden bij hetgeen wij ons handelingsverlegen in voelen, en gewaardeerd voelen voor alle inspanningen die wij elke dag leveren in omstandigheden die zich laten vergelijken met de schier onmogelijke werken van Herakles.
Een leerling die zich gezien, gehoord en erkend voelt, presteert beter.
Een leraar die zich gezien, gehoord en erkend voelt, voelt zich sterker. Een schoolleider of bestuurder die ziet, hoort en erkend creëert hiermee beter functionerende organisaties, terwijl hij/zij zelf ook gezien, gehoord en erkend wil worden door de stakeholders en instanties tot wie hij/zij zich te verhouden heeft.
Teamontwikkeling, zelfinzicht, communicatie en interactie, leiderschap. Thema’s die voorwaardelijk zijn voor 150 pagina’s aan duidingen, data, observaties, aandachtpunten, normen en doelstellingen.
De oudheidkundige held Herakles had naast zijn goddelijke kracht een ruime dosis aan zelfinzicht, inzicht in de ander, menselijke interactie/communicatie en leiderschap nodig om zijn 12 werken te verrichten, in een instabiele onrustige oude wereld. Onze moderne onderwijskundige Heraklieden staan voor hun werken. Welke aandacht geven wij hen?