Kennis ontstaat in relaties. In de manier waarop je samenwerkt, verwachtingen uitspreekt, richting geeft en vertrouwen opbouwt. In het gezamenlijke gevoel: we weten wat de bedoeling is en we dragen die samen. Daar ligt het verschil tussen een verandering op papier en een verandering die echt landt in het dagelijks werk. Kennis zit dus niet alleen tussen de oren, maar zeker ook tussen de neuzen.
“We lopen steeds vast, wat we ook proberen…”
Een leidinggevende van een vmbo benaderde ons met een herkenbaar verhaal. Ze vertelde open over de ontwikkelingen die ze met haar team had ingezet. Ontwikkelingen onder meer bedoeld om formatief handelen te stimuleren en een praktijkgericht curriculum te ontwerpen. Alles gebeurde met de beste intenties. Er werd hard gewerkt, er lagen plannen, er waren werkgroepen, er kwamen bijeenkomsten, en toch: in de praktijk gebeurde er weinig. Ze voelde dat het cynisme groeide: “Weer een ontwikkeling… het wordt toch niet gedragen.” Steeds liep het vast.
De ongemakkelijke basis: het gedrag ten opzichte van elkaar
Niet de inhoud bleek het probleem, maar de onderstroom. In een kerngroep met een brede afspiegeling van de school gingen we op zoek naar patronen in de schoolcultuur. Daar werd zichtbaar wat eerder impliciet bleef: het ging niet over formatief handelen of curriculumontwerp, maar over hoe mensen zich tot elkaar verhielden. Over verwachtingen die niet werden uitgesproken. Over afstemming die ontbrak. Daar werd het spannend, en verloor vernieuwing draagkracht.
Niemand staat erbuiten
Dat inzicht was ongemakkelijk. Want het betekende: iedereen is hier onderdeel van. Ook het leiderschap. Ja, het schuurde, vooral in de eerste fase waarin wij bewust vertraagden. Verbinding maken was ongewoon. Men was gewend snel door te gaan naar agenda’s, taken en inhoud. We moesten volhouden, zoals bij het telkens opnieuw aandacht besteden aan een check-in. De ene keer werd het weggelachen, dan weer kwam de opmerking: “Ik kan mijn tijd wel beter besteden”. En toch hielden we vast aan deze vertraging. Want zo lang er geen contact is, geen echte aanwezigheid, geen gezamenlijke grond, dan kun je wel praten over zaken zoals formatief handelen of curriculum ontwerp, maar dan praat je langs elkaar heen. Dan blijft het ‘een ontwikkeling’ in plaats van ‘ons werk’. En dat gaat iedereen aan.
Het kantelpunt: systemisch kijken in plaats van naar het onderwerp
Tijdens een systeemopstelling met de kerngroep werd zichtbaar waarom ontwikkelingen steeds vastliepen. Niet door gebrek aan inzet of kennis, maar door onduidelijkheid in kaders en verschillen in leiderschap. Als richting en ruimte niet helder zijn en leiderschap niet eenduidig optrekt, ontstaat ruis. Dan gaan professionals zelf invullen, afwachten of afhaken. In die ruis verliest elke vernieuwing haar kracht, hoe goed ook bedacht en hoe zorgvuldig ook gepland.
De opstelling maakte concreet wat nodig was:
- Het leiderschapsteam moest helderder zijn over wat vaststaat en wat vrij is;
- Er was meer eenduidigheid nodig in koers en besluitvorming;
- En misschien wel het belangrijkste inzicht: leidinggeven vroeg meer afstemming, zodat iedere professional ongevraagd voelt: het zit goed, en ik weet wat er van mij verwacht wordt.
Hier werd ‘kennis tussen de neuzen’ tastbaar: het ging niet om nóg beter weten wat formatief handelen is, elkaar overtuigen of om het maken van weer nieuwe afspraken. Het ging om samen leren hoe je met elkaar een omgeving creëert waarin een ontwikkeling zoals formatief handelen kan landen.
Van inzicht naar beweging
Inzicht is waardevol. Maar het wordt pas verandering als je het organiseert in het dagelijks werk. Daarom kozen we niet voor een groot implementatieplan, maar voor een lerende structuur: een ritme dat mensen helpt om samen koers te houden. Dat ritme is eenvoudig en consequent:
- Samenkomen
- Check-in: gerichte aandacht en verbinding
- Agenderen: wat vraagt nu aandacht?
- Reflecteren: wat gebeurt er eigenlijk tussen ons?
- Vervolgstap bepalen: klein, concreet en haalbaar
- Elkaar steunen: volhouden, bijstellen en leren
De toon was steeds: spiegelend, helder en betrokken. Liefdevol én eerlijk. Zodat je echt kunt zeggen wat gezegd moet worden, zonder dat veiligheid verdwijnt. Want duurzame ontwikkeling vraagt volwassen gesprekken en die ontstaan alleen als relaties sterk genoeg zijn.
Wat er concreet veranderde
De beweging leidde tot veranderingen. Niet in één klap, maar geleidelijk merkbaar. Zo groeiden binnen het leiderschapsteam het zelfvertrouwen en de eenduidige taal. Ook verbeterden de relaties en het onderlinge vertrouwen tussen leidinggevenden. Die grondhouding waaruit vertrouwen spreekt in professionaliteit en in ieders leervermogen, straalt af op het team.
Professionals voelen feilloos aan of leiderschap klopt: in helderheid, in afstemming en in congruent gedrag. Waar eerder cynisme zat (‘weer een ontwikkeling’), ontstond langzaam iets anders: Rust, richting en ruimte. En daarmee komt vernieuwing weer binnen bereik. Dat illustreert voor ons dat kennis tussen de neuzen zit. In hoe je samenwerkt. In hoe je leiderschap vormgeeft. In hoe je leert terwijl je verandert.